hʏlst
Herkomsterfwoord via Middelnederlands huls van Oudnederlands hulis, in de betekenis van ‘heester’ voor het eerst aangetroffen in 710
- bepaald soort groenblijvende boom of heester met stekelige leerachtige bladeren en rode bessen, Ilex aquifolium, die inheems is in de Benelux en tot 10 meter hoog kan worden
“De klimop en de hulst werden in heidense tijden gezien als en symbool van de komende lente.”
- toponymicstad in oostelijk Zeeuws-Vlaanderen
“In Hulst staat een standbeeld voor Reintje de Vos.”
Vormenhulsten(plural) · hulstje(diminutive, singular) · hulstjes(diminutive, plural) · Hulsts(possessive)