iˈkon
HerkomstLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voorstelling van Christus, Maria en/of de heiligen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
- een heiligenafbeelding zoals deze in de kerken van het oosten vereerd wordt
“In het Byzantijnse rijk van Constantijn V werd de verering van iconen vervolgd.”
- pictogram, een meestal aanklikbare kleine afbeelding op een computerscherm die een bestand of programma activeert
“Dubbelklik rechtsonderaan op het icoon om het antivirusprogramma te openen.”
- iemand die een kenmerkend voorbeeld is voor een bepaalde categorie
“Natuurlijk zijn ze in Assen onverminderd trots op 'hun' Harry. Gastconservator Albert Haar noemt hem graag een icoon voor Drenthe, een voorbeeld voor de provinciale jeugd. Maar Muskee was natuurlijk m”
Vormeniconen(plural) · icoontje(diminutive, singular) · icoontjes(diminutive, plural)