ˈidər
HerkomstLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
- elk, alle afzonderlijk
“In ieder geval.”
“In Nederland duurde die oorlog van het jaar 1940 tot 1945. Nederland was bezet door Duitsland. De Duitsers waren de baas over Nederland. Het was een heel moeilijke tijd. Er vielen veel doden. Ieder ja”
- in ieder geval: zonder enige twijfel; zeker
“Ik zag allemaal nieuwe gezichten: hoe lang waren die mensen er al? Ze gedroegen zich in ieder geval alsof ze hier al weken bivakkeerden.”
“Voetbal (in de breedste zin van het woord) was in ieder geval wijdverbreid in Europa.”