HerkomstIn de betekenis van ‘vergeefs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
- vol van zelfbewondering, een te hoge dunk hebbend van het eigen voorkomen en/of de eigen bekwaamheden
- van iets dat het mooi, maar niet realistisch is
“`Ik weet het; zei de majordomus. 'Het was ijdele hoop dat dit u zou ontgaan. Ik vraag u met klem de grootmoedigheid op te brengen om mijn nederige excuses te aanvaarden. Deze uit de toon vallende deco”
Vormenijdeler(uninflected, comparative) · ijdelst(uninflected, superlative) · ijdele(inflected, positive) · ijdelere(inflected, comparative) · ijdelste(inflected, superlative) · ijdels(partitive, positive) · ijdelers(partitive, comparative)