HerkomstIn de betekenis van ‘ingewandsverwijdering van haring via de kieuw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1462
- transitiveeen vis van de ingewanden ontdoen
“Bij het kaken worden met een speciaal mesje de kieuwen en de ingewanden van de (nog niet geslachtsrijpe) haring verwijderd, op de alvleesklier na”
“De haring wordt eenmaal aan boord onmiddellijk gekaakt.”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord kaak
Vormenkaakte(past) · gekaakt(past, participle) · te kaken(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen kaken(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen kaken(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben gekaakt(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben gekaakt(active, infinitive, perfect, present, long-form) · gekaakt zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · gekaakt te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · kakend(imperfect, participle) · ev.
kaak(imperative) · kake(subjunctive) · kaak(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · kaakt(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · kaakt(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · kaakte(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · kaakte(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · kaakte(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · kaakten(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · kaakten(indicative, imperfect, past, plural, second-person)