HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vuurwapen met lange loop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1574
- een instrument om explosieve projectielen weg te schieten
“De vuursnelheid van het kanon werd aanzienlijk verhoogd.”
- een drinkglas met dikke bodem of voet, gebruikt bij heildronken
Vormenkanonnen(plural) · kanonnetje(diminutive, singular) · kanonnetjes(diminutive, plural)