OriginLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rijtuig’ voor het eerst aangetroffen in 1618
- obsoleteeen gesloten koets waarbij de cabine met riemen flexiebel aan de wielassen is opgehangen
“De koets kent een lange historie van controverse. In 1897 riep Maximiliaan Hermans, socialistisch activist in de hoofdstad, in een pamflet mede-Amsterdammers op winkels te boycotten die hielpen geld i”
“Onze eerste zorg bij aankomst in Parijs is, na onderdak, ons een stel huurknechten te verschaffen die ons de weg kunnen wijzen. We willen niets liever dan alles te weten komen. We komen en gaan, stapp”
- bijnaam voor auto
- geslacht Karos, hooiwagens uit de familie Stygnopsidae
Formskarossen(plural) · karosje(diminutive, singular) · karosjes(diminutive, plural)