ˈkatər
Herkomstvan Middelnederlands cater, op te vatten als afgeleid van kat zn met het achtervoegsel -er, in de betekenis van ‘mannetjeskat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1297
- mannetje van de kat
- beroerde gevoel dat ontstaat na het gebruik van te veel alcohol
Vormenkaters(plural) · katertje(diminutive, singular) · katertjes(diminutive, plural)