kəˈbɑp
HerkomstLeenwoord uit het Turks, in de betekenis van ‘aan pennen geroosterde stukjes vlees’ voor het eerst aangetroffen in 1976
- gebraden gekruid schapen-, rund-, lams-, kalfs- of kippenvlees (en dus zeker geen varkensvlees!)
“Allerlei dingen schieten je te binnen. Dat de Perzische keuken een geweldige reputatie heeft, bijvoorbeeld. Het woord ‘juwelenrijst’, gele rijst met een korstje en bestrooid met granaatappelpitten, da”
Vormenkebabs(plural) · kebabje(diminutive, singular) · kebabjes(diminutive, plural)