/ˈke.xəl/
HerkomstIn de betekenis van ‘conus’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276
- een meetkundig lichaam met een cirkel als grondvlak en uitlopend in een punt
- de flesvormige houten stukken van het kegelspel
- elk van de kleurgevoelige zintuigcellen in het netvlies van het oog
- informalnaar alcohol stinkende adem
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kegelen
- form-ofgebiedende wijs van kegelen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kegelen
Vormenkegels(plural) · kegeltje(diminutive, singular) · kegeltjes(diminutive, plural)