/'kɪlə/
Herkomst[1] van Jiddisch קהילה (kehille)
- joodse gemeente
- obsoletede harde maatschappij buiten het studentenleven
“De maatschappij, de ‘kille’, waarvoor de gemiddelde student van weleer een zekere ‘burschikose’ minachting had, krijgt vat op de studeerende jeugd, omdat zij wel gedwongen wordt te beseffen, dat het h”
- form-ofverbogen vorm van de stellende trap van kil
“Ze bekijkt Nella met een kille glimlach en laat haar blauwe ogen over de jonge bruid dwalen.”
“In het kille ochtendlicht zwaait ze het heen en weer.”
- form-ofaanvoegende wijs van killen
Vormenkilles(plural) · killetje(diminutive, singular) · killetje(diminutive, plural)