klɑnt
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘cliënt’ voor het eerst aangetroffen in 1350
- afnemer van een product of dienst van een leverancier
“In Tain l'Hermitage zien we een vervallen garage uit de jaren dertig. G RAGE staat boven de poort, zoals de Nationale 7 ook veel OTELS en RE TAUR NTS kent. De pompen staan er nutteloos bij, op een uit”
“Wat me wel is gelukt is om af en toe voor klanten in het buitenland vanuit huis opdrachten uit te voeren.”
Vormenklanten(plural) · klantje(diminutive, singular) · klantjes(diminutive, plural)