klir
OriginIn de betekenis van ‘vochtafscheidend orgaan’ voor het eerst aangetroffen in 1351
- een orgaan dat een lichaamsstof afscheidt
“Speeksel wordt gemaakt in klieren in de mond.”
- een cel die een product afscheidt dat door een plant niet verder verwerkt wordt
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klieren
- form-ofgebiedende wijs van klieren
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klieren
Formsklieren(plural) · kliertje(diminutive, singular) · kliertjes(diminutive, plural)