OriginIn de betekenis van ‘jongen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
- personjongen of jongeman
“Die knapen gedroegen zich weer eens als belhamels.”
“Nu moet blijken of de aanstormende knapen mannen zijn geworden en de grote mannen grote mannen zijn gebleven.”
- informaliets dat groot in zijn soort is
“Hij had een knaap van een snoek aan de haak.”
Formsknapen(plural) · knaapje(diminutive, singular) · knaapjes(diminutive, plural)