knøs
- ingedeukte of gekneusde plek
- iemand die nergens voor deugt
- auto die een zwaar ongeluk heeft gehad
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kneuzen
- form-ofgebiedende wijs van kneuzen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kneuzen
Vormenkneuzen(plural) · kneusje(diminutive, singular) · kneusjes(diminutive, plural)
Bron: Wiktionary