knop
HerkomstIn de betekenis van ‘ronde sluiting aan kleding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
- een vastgetrokken lus in garen, draad, koord of touw om daarin een verdikking te maken, om einden ervan aan elkaar te bevestigen of ter bevestiging aan een ander voorwerp of weefsel
“Aan beide einden van het springtouw zit een knoop zodat het niet zo gauw uit de hand zal schieten.”
- een snelheidsmaat die in de zeevaart gebruikt wordt
“Een knoop is een zeemijl per uur, ongeveer 1,8 kilometer per uur.”
- een meestal schijfvormig voorwerp met draden vastgezet op een kledingstuk ter afsluiting daarvan
“De knoop was van zijn blouse gesprongen.”
- vloek
“Hij legde er een knoop op.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knopen
- form-ofgebiedende wijs van knopen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knopen
Vormenknopen(plural) · knoopje(diminutive, singular) · knoopjes(diminutive, plural)