knɔts
HerkomstIn de betekenis van ‘zware stok’ voor het eerst aangetroffen in 1567.
- een stok met een dikker uiteinde
“De boze holbewoner sloeg met zijn knots op de rots.”
- informaliets groots
“Een knots van een gebouw.”
Vormenknotser(uninflected, comparative) · knotst(uninflected, superlative) · knotse(inflected, positive) · knotsere(inflected, comparative) · knotste(inflected, superlative) · knotsers(partitive, comparative)