ˈkoɣəl
HerkomstIn de betekenis van ‘projectiel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
- loden projectiel gevuld met buskruit dat gebruikt wordt als munitie van een wapen
- rond of cilindervormig projectiel met spitse punt dat uit een vuurwapen wordt geschoten
- zware metalen bal die gebruikt wordt bij het kogelstoten
- stalen bol, vooral gebruikt in kogellagers e.d
- in meest algemene zin een bol
- het uitwendige gewricht tussen pijp- of schuurbeen en kootbeen van een paard of rund
- dijspier van een slachtdier
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kogelen
- form-ofgebiedende wijs van kogelen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kogelen
Vormenkogels(plural) · kogeltje(diminutive, singular) · kogeltjes(diminutive, plural)