kraj, /kraɪ̯/, /kraɪ̯/
Originerfwoord via Middelnederlands craeye / craye van Oudnederlands kraia, als deel van een naam aangetroffen vanaf 1003, in de betekenis van ‘zangvogel’ aangetroffen vanaf 1240
- benaming voor vogels uit het geslacht Corvus
- bepaald soort zwarte vogel, Corvus corone
“Kijk, er zit een kraai in de boom!”
- een kraaiend geluid
- informaliemand van het vrouwelijk geslacht (vaak negatief)
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraaien
- form-ofgebiedende wijs van kraaien
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraaien
Formskraaien(plural) · kraaitje(diminutive, singular) · kraaitjes(diminutive, plural)