krak
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376
- een zeemonster, waarschijnlijk de inmiddels goed gedocumenteerde reuzenpijlinktvis, dat ondanks herhaalde waarnemingen door zeelui, door wetenschap en gemeenschap als mythisch werd afgedaan
- Octopus vulgaris, een inktvis zonder inwendig skelet
- zich onbevoegd toegang verschaffen tot iets
- historicalzeegaand zeilschip, ontwikkeld in de tweede helft van de 15e eeuw, dat veel gemeen heeft met de karveel waaruit hij is ontwikkeld
- historicalhouten zeilschip uit de 15e-16e eeuw van de binnenwateren
- historicalijzeren schip uit de 19e eeuw van de binnenwateren
- informaliets wat klinkt of voelt als een breuk
“Ik weet nog goed dat ik zijn rechterarm vasthield en bezig was om die op zijn rug te draaien. Ik had daartoe mijn linkerhand om zijn bovenarm en met mijn rechterhand zijn pols beet. Terwijl ik zijn ar”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraken
- form-ofgebiedende wijs van kraken
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraken
Vormenkraken(plural) · kraakje(diminutive, singular) · kraakjes(diminutive, plural)