HerkomstLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ineenstorting van beurs’ voor het eerst aangetroffen in 1912
- ineenstorting van een handelshuis of bank, die een crisis veroorzaakt
“De krach op oliemarkt volgt op Saoedische wraak op Rusland.”
Vormenkrachs(plural) · krachje(diminutive, singular) · krachjes(diminutive, plural)