/krek/
HerkomstIn de betekenis van ‘smal water’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 976
- een kleine beschermde inham
“De rustige wateren in de kreek zijn ideaal voor een variëteit aan watersporten.”
- een smal stilstaand water, vooral naar een dijkdoorbraak
“Na dichting van het gat in de dijk blijft de kreek over.”
- een kleine, door de natuur gevormde zeearm
“Wanneer een inham doordringt tot ver in het land wordt ook wel gesproken van een kreek.”
- een kleine watergeul; vaak zijarm van een rivier(tje)
“Er ontstonden diepe watergeulen die na het dijkherstel als kreken in het landschap achterbleven.”
- een smal vaarwater tussen ondiepten of eilanden
“Dit was vroeger een strategische plek, men kon zien welke schepen de kreek binnenvoeren.”
Vormenkreken(plural) · kreekje(diminutive, singular) · kreekjes(diminutive, plural)