krœyt, /krœʏ̯t/, /krœːt/
Herkomsterfwoord via Middelnederlands cruut van Oudnederlands crut
**[1] in de betekenis van ‘gewas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
**[2] in de betekenis van ‘specerij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1361
- benaming voor kleine groene planten
“Hij noemt wat kruiden die tussen het gras groeien. Witte en rode klaver, paardebloem, duizendblad, schapenzuring.”
“Wie zelf katten heeft, of weleens kattenfilmpjes op internet kijkt, weet: katten zijn dol op kattenkruid. (…) In Science Advances opperen Japanse biologen een mogelijke evolutionaire verklaring voor d”
- plant die wordt gebruikt vanwege de geur, smaak of heilzame werking
“Zij deed er water in en toen allerlei geheimzinnige kruiden, een beetje aarde, glanzende stenen, mossen en planten.”
“Ik scheurde het pakje open, deed de kruiden over de droge mie en begon te knagen.”
“Kervel heeft in Nederland een tikje ouderwets imago. Het kruid is vooral bekend van kervelsoep.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kruiden
- form-ofgebiedende wijs van kruiden
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kruiden
Vormenkruiden(plural) · kruidje(diminutive, singular) · kruidjes(diminutive, plural)