HerkomstAfgeleid van Leiden met het achtervoegsel -s.
- van, uit, zoals in, betreffende, enz. Leiden
“3 oktober is nog altijd een Leidse feestdag.”
“Hij kreeg hierdoor te maken met onder meer doodsbedreigingen en bommeldingen op de faculteit. In 2009 blikte de criminoloog in gesprek met het Leids Universitair Weekblad Mare terug op die periode. "I”
- linguistics, no-pluralde taal van de stad Leiden
“Het Leids is een Hollands dialect.”
VormenLeidser(uninflected, comparative) · Leidst(uninflected, superlative) · Leidse(inflected, positive) · Leidsere(inflected, comparative) · Leidste(inflected, superlative) · Leidsers(partitive, comparative)
Bron: Wiktionary