HerkomstLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘veld voor golfspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1917
- tegenovergestelde van rechts
“Druk hierna op de meest linkse knop.”
“De bewaker links verplaatste zijn voeten iets, verstandige schoenen die dreiging uitbeeldden.”
“Onderweg naar de uitgang van het kleine vliegveld word ik links en rechts ingehaald.”
- betrekking hebbend op een politieke richting of denkwijze aan de linkerzijde van het politieke spectrum
“De linkse partijen dienden enkele wijzigingsvoorstellen in.”
“Vroeger was de jeugd linkser dan nu.”
“Met Terlouw als lijsttrekker herstelde D66 zich en ging de partij in 1977 van zes naar acht zetels. In een tijd van onverzoenlijke tegenstellingen tussen links en rechts voerde ideale schoonzoon Terlo”
- form-ofpartitief van de stellende trap van link
- de gehele linkse beweging
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord link
Vormenlinkser(uninflected, comparative) · linkst(uninflected, superlative) · linkse(inflected, positive) · linksere(inflected, comparative) · linkste(inflected, superlative) · linksers(partitive, comparative)