HerkomstLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘pressiegroep’ voor het eerst aangetroffen in 1954
- wachtruimte in een hotel, theater enz, hotellobby, theaterlobby
“De anonimiteit en vluchtigheid die een verblijf in een hotel normaal gesproken kenmerken, die de sensatie van treurnis en opwinding teweegbrengen dat je tijdelijk in een niemandsland tussen vertrek va”
“Toen ze de lobby in liepen, bedacht hij dat ze vergeten waren voor zichzelf te betalen, maar dat lachte ze weg door te zeggen dat ze zeker vijfentwintig van die soupers met bier en al hadden betaald.”
- figurativelybelangengroep die, meestal achter de schermen en dus buiten de parlementaire controle om, pressie uitoefent op bijv. het overheidsbeleid
“De hogeschool laat het er niet bij zitten. Er wordt een lobby opgezet met de andere hogescholen in de provincies die geraakt worden. „En ik ga met mensen in de regio praten om de positie van Saxion te”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lobbyen
- form-ofgebiedende wijs van lobbyen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lobbyen
Vormenlobby's(plural) · lobby'tje(diminutive, singular) · lobby'tjes(diminutive, plural)