OriginIn de betekenis van ‘doek voor kinderen’ voor het eerst aangetroffen in 1350
- vocht absorberend kledingstuk dat wordt gedragen door een incontinente persoon, inz. door een baby
- form-ofonverbogen vorm van de vergrotende trap van lui
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luieren
- form-ofgebiedende wijs van luieren
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luieren
Formsluiers(plural) · luiertje(diminutive, singular) · luiertjes(diminutive, plural)