mɑxt
HerkomstIn de betekenis van ‘vermogen’ voor het eerst aangetroffen in 1236
- het vermogen om elders de eigen wil op te leggen
“De macht van de grote banken is in het Amerikaanse Congres goed te voelen.”
“Leren geeft kennis, kennis geeft macht, macht om onafhankelijk te blijven.”
“Volwassenen denken dat ze macht bezitten, maar eigenlijk bezit de macht hen.”
- een staat die zijn invloed doet gelden
“Van een wonderbaarlijk wereldrijkje zijn we vervallen tot een economisch machtje zonder inspraak in de wereldpolitiek.”
Vormen[1,2]: machten(plural) · [2]: machtje(diminutive, singular) · [2]: machtjes(diminutive, plural)