ˈmɑma
Herkomst[1] klanknabootsing van de eerste woordjes die kinderen vaak uitspreken, opgevat als aanduiding voor de moeder, vergelijk Italiaans mamma en Frans maman
- informalbenaming voor vrouwelijke ouder door haar kind
“Gierend van het lachen gingen we naar beneden, om te ontbijten. Pappa en mamma zaten al aan tafel. Ze probeerden met vertrokken gezichten streng te kijken. ‘Wie heeft dat op zijn geweten?’ vroeg pappa”
- borst van een vrouw met daarin de melkklieren
“Op 5 maart 2008 werd klaagster door haar huisarts aangemeld bij de mammapoli in verband met verdichting in de linker mamma.”
Vormenmamma's(plural) · mammaatje(diminutive, singular) · mammaatjes(diminutive, plural)