ˈmedija
HerkomstLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘communicatiemiddelen’ voor het eerst aangetroffen in 1952
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord medium
- een communicatiemiddel naar vele personen.
“Er werd in de media veel aandacht besteed aan de dood van Pim Fortuyn.”
“Vooral in de media werd Buikhuisen verguisd, onder meer door columnist Piet Grijs (een pseudoniem van Hugo Brandt Corstius). Die noemde hem een "kale, impotente carrièrewetenschapper" en vergeleek hem”
“Over de hele wereld wordt bedroefd gereageerd op het overlijden van paus Franciscus. Na de aankondiging vanochtend luidden de kerkklokken in heel Rome. Kort na het nieuws stroomden de reacties binnen,”