HerkomstLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘studentenrestaurant’ voor het eerst aangetroffen in 1910
- eetgelegenheid voor studenten
“in de mensa kon men in 1965 voor 1,80 nlg een heerlijke maaltijd (met toetje) krijgen alsmede een portie gezelligheid”
Vormenmensae(plural) · mensa's(plural) · mensaatje(diminutive, singular) · mensaatjes(diminutive, plural)