ˈmɪnə
Herkomstmin met de uitgang -e
- liefde, genegenheid
- feminine, form-ofdatief vrouwelijk van min
- vrouw die het kind van een andere vrouw borstvoeding geeft
- form-ofverbogen vorm van de stellende trap van min
- form-ofaanvoegende wijs van minnen
Vormenminnetje(diminutive, singular) · minnetjes(diminutive, plural) · minnen(plural)
Bron: Wiktionary