mort, /ˈmʊːrt/, /ˈmoːrt/
Herkomsterfwoord via Middelnederlands mort van Oudnederlands morth, in de betekenis van ‘doodslag met voorbedachten rade’ aangetroffen vanaf 1106/1111
**[1.1] (Nederland) Wetboek van Strafrecht, art. 289
**[1.2] vermoedelijk onder invloed van de uitdrukking "een moord doen voor" om een sterke begeerte aan te geven
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden
- form-ofgebiedende wijs van moorden
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moorden