/ˈnaːdər/
HerkomstZelfstandig geworden vergrotende trap van na
- vanaf geringere afstand of in groter detail uitgevoerd
“Bij nadere inspectie bleek het toch een ongeluk geweest te zijn.”
- form-ofonverbogen vorm van de vergrotende trap van na
- dichtrbij
“Ik vermoed dat diegene haar nader was geweest dan wie dan ook.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naderen
- form-ofgebiedende wijs van naderen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naderen
Vormennadere(inflected, comparative) · naders(partitive, comparative)