ˈnɛto
OriginLeenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘bijwoord: na aftrek van kosten’ voor het eerst aangetroffen in 1567
- zonder de verpakking
“Na uitpakken bleef er een boekje over dat netto nog geen halve ons woog.”
- na aftrek van kosten en belastingen
“Hij verdient netto zo'n vijftigduizend euro per jaar.”