HerkomstIn de betekenis van ‘verzoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- verleiden tot, vragen om
- transitiveuitnodigen
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord nood
“Volgens premier Schoof was de paus "in alles mens onder de mensen". Dat schrijft hij op X. "De katholieke wereldgemeenschap neemt afscheid van een leidsman die de noden van deze tijd zag en benoemde. ”
Vormennoodde(past) · genood(past, participle) · te noden(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen noden(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen noden(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben genood(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben genood(active, infinitive, perfect, present, long-form) · genood zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · genood te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · nodend(imperfect, participle) · ev.
nood(imperative) · node(subjunctive) · nood(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · noodt(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · noodt(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · noodde(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · noodde(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · noodde(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · noodden(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · noodden(indicative, imperfect, past, plural, second-person)