oˈlɛif, /oˈlɛɪf/, /oˈlɛːf/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrucht van olijfboom’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- Olea europaea een boom uit de olijffamilie (Oleaceae). Het geslacht Olea telt ongeveer twintig soorten met een groot verspreidingsgebied, voornamelijk in de Oude Wereld
- een vrucht van deze boom. De olijf zelf wordt gegeten, uit de pit en het vruchtvlees wordt olijfolie gewonnen
“Vaak deed hij er voor de smaak nog wat tonijn, olijven of tortillachips bij.”
Vormenolijven(plural) · olijfje(diminutive, singular) · olijfjes(diminutive, plural)