oxst
HerkomstIn de betekenis van ‘het inzamelen van gewassen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- het van het land halen van het rijpe gewas
“De oogst is in volle gang.”
“Vroeger waren de jaarfeesten zeer talrijk. Feest, bij voorbeeld voor het terugkerende licht van de zon, begin van de lente, dank voor de oogst. Iets hiervan vinden wij terug in de bekende christelijke”
“Zeewierboerderij op de Noordzee haalt eerste oogst binnen.”
- de opbrengst behaald met 1
“De oogst is bijzonder rijk dit jaar.”
“Deze oogst zou ons enige fortuin in vele jaren kunnen zijn.”
“En als je je beklaagt over hoe weinig je van de oogst krijgt, of over de slechte staat van je huis, dan komt dat la duquesa en haar mannen altijd ter ore.”
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van oogsten
- form-ofgebiedende wijs van oogsten
“Ik vraag de ober om een snee pane integrale, maar daarmee oogst ik behalve een resolute no ook een meewarige blik.”
Vormenoogsten(plural) · oogstje(diminutive, singular) · oogstjes(diminutive, plural)