/o'pal/
OriginLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mineraal’ voor het eerst aangetroffen in 1657
- een halfedelsteen en een amorfe variëteit van kwarts, SiO₂·nH₂O, gehydrateerd siliciumdioxide met een waterpercentage van soms wel 20%
Formsopalen(plural) · opaaltje(diminutive, singular) · opaaltjes(diminutive, plural)