ˈɔprɪt
Herkomstsamenstelling van op en rit
- een toegangsweg tot een grotere weg
“Hij koos de verkeerde oprit en kwam op de zuidelijke snelweg terecht.”
- een omhoog hellende weg naar een brug e.d.
“Die oprit kan 's winters flink glad wezen.”
- een stuk weg tussen de openbare weg en het huis om de auto te parkeren of als toegang tot een garage
“Parkeer je wagen maar op de oprit.”
Vormenopritten(plural) · opritje(diminutive, singular) · opritjes(diminutive, plural)