/o'val/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘langwerpig rond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1621
- in vorm gelijkend op een ei
“De werkkamer van de Amerikaanse president is ovaal.”
“Er is geen wiskundige precieze definitie van een ovaal.”
- een figuur in de vorm van een ei
Vormenovaler(uninflected, comparative) · ovaalst(uninflected, superlative) · ovale(inflected, positive) · ovalere(inflected, comparative) · ovaalste(inflected, superlative) · ovaals(partitive, positive) · ovalers(partitive, comparative)