OriginLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘huur’ voor het eerst aangetroffen in 1249
- geld betaald voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar van is
“Ze konden de pacht niet betalen.”
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van pachten
- form-ofgebiedende wijs van pachten
Formspachten(plural)