HerkomstLeenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘Italiaanse deegwaren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
- de benaming voor een aantal Italiaanse deegproducten
“Pogue floot een oude countryhit en Goldie verslond drie pannen pasta en praatte met volle mond aan één stuk door.”
- een moes van chocolade, pinda's, noten enz., veelal gebruikt als broodbeleg
“Chocopasta is een pasta die op brood gesmeerd kan worden.”
“Tijdens het kauwen op haar tortilla met chocopasta begon ze een gedeelte voor te lezen:”
Vormenpasta's(plural) · pastaatje(diminutive, singular) · pastaatjes(diminutive, plural)