plɛin
Originvan Oudfrans plain "vlakte", in de betekenis van ‘open ruimte’ voor het eerst aangetroffen in 1285
- open, onbebouwde, maar aangelegde plaats, vaak te midden van bouwwerken
“Het plein van ons dorp werd onlangs heraangelegd met nieuwe bloemenperken.”
“Zo is het ook met die straathoek aan het Lodewijk Napoleonplein. Het plein is onderdeel van het Rooie Dorp, de oostelijke arbeiderswijk waar Muskee is opgegroeid. We zijn er gek genoeg niet geweest op”
“De Nationale 7 past in dit ideaal van slow driving. Je rijdt door plaatsen die je alleen kent van de borden boven de snelweg. Nevers, Lyon, Valence, Montélimar. Zo vind je jezelf terug op een warme zo”
Formspleinen(plural) · pleintje(diminutive, singular) · pleintjes(diminutive, plural)