/poːrt/
OriginLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘doorgang in muur’ voor het eerst aangetroffen in 901
- Met deuren afsluitbare doorgang door een muur
“Ze gingen in hun fantasie de poort uit naar een kasteel, het strand of door de straten, net wat Johannes wilde.”
“Op beide elektronicabehuizingen is een gouden schijf gemonteerd die een gedenkplaat of poort zou kunnen zijn maar in feite een grammofoonplaat is, een elpee met geluiden van de aarde.”
- logische poort: een elektrische schakeling die werkt volgens de Booleaanse Logica
- een uit- or toegang voor informatie in een computer
- figurativelyeen figuurlijke toegang of doorgang
“Wat nog dieper is dan diep is de poort van alle mysteries.”
Formspoorten(plural) · poortje(diminutive, singular) · poortjes(diminutive, plural)