ˈpotə(n)
HerkomstIn de betekenis van ‘planten in de grond steken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
- transitiveondiep in de aarde stoppen, met name van bollen, wortels, zaden e.d. om deze te laten groeien
“Deze aardappels moeten nog gepoot worden.”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord poot
“De kleine Liddy houdt op met ademen en zijn trillende poten vallen stil en blijven gestrekt in de lucht steken.”
“Isaac trok een kip uit de tas, haar losse veren dwarrelden op de grond en haar schilferige poten bungelden grappig in de lucht.”
Vormenpootte(past) · gepoot(past, participle) · te poten(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen poten(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen poten(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben gepoot(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben gepoot(active, infinitive, perfect, present, long-form) · gepoot zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · gepoot te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · potend(imperfect, participle) · ev.
poot(imperative) · pote(subjunctive) · poot(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · poot(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · poot(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · pootte(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · pootte(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · pootte(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · pootten(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · pootten(indicative, imperfect, past, plural, second-person)