puːl
HerkomstLeenwoord uit het Frans poule, in de betekenis van ‘inzet bij spel’ voor het eerst aangetroffen in 1847
- groep van sporters of teams die het tegen elkaar opnemen in de voorronden van een competitie of toernooi
“De loting voor de poules was in december.”
“Ik verloor de WK-pool bij ons op het werk omdat Nederland de moeilijke poule niet overleefde.”
Vormenpoules(plural)