priˈve
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘particulier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1512
- alleen predicatief: voor persoonlijk gebruik gereserveerd
“Deze toegang tot het meer is privé.”
Vormenprivéër(uninflected, comparative) · privést(uninflected, superlative) · privéëre(inflected, comparative) · privéste(inflected, superlative) · privés(partitive, positive) · privéërs(partitive, comparative)