ˈradɑr
Origin(letterwoord) van Engels radar, in de betekenis van ‘plaatsbepaling van voorwerp d.m.v. teruggekaatste radiogolven’ aangetroffen vanaf 1945 (vindplaats zie hieronder)
- techniek waarmee uit de weerkaatsing van radiogolven de positie van een al dan niet bewegend voorwerp kan worden bepaald
“⧖ De Engelsche legerleiding wist het opperbest, doch hield den zwijgenden, doch zeer effectieven RAF-helper „RADAR" zorgvuldig geheim. Toen de club van Goering het eindelijk begon te snappen, was het ”
“Radar is in het begin van de twintigste eeuw uitgevonden.”
- installatie waarmee de positie van een al dan niet bewegend voorwerp met behulp van radiogolven kan worden bepaald
“Dat schip heeft radar aan boord.”
Formsradars(singular) · radartje(diminutive, second-person) · radartjes(diminutive, singular)