ˈramə(n), /ˈramə(n)/, /ˈramə(n)/
HerkomstIn de betekenis van ‘schatten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1384
- transitiveinschatten, vaak middels berekening
“Dat wordt geraamd op drie miljoen euro.”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord raam
“Ze zou er niet tegen kunnen als haar tante zich omdraaide en een ruk gaf aan de goedkope papieren slinger die ze ongetwijfeld voor de ijsbloemen op de enorme ramen heeft gehangen.”
“' Tante Nella schrijdt naar de hoge, brede ramen van de ontvangkamer om over de Herengracht uit te kijken.”
Vormenraamde(past) · geraamd(past, participle) · te ramen(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen ramen(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen ramen(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben geraamd(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben geraamd(active, infinitive, perfect, present, long-form) · geraamd zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · geraamd te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · ramend(imperfect, participle) · ev.
raam(imperative) · rame(subjunctive) · raam(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · raamt(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · raamt(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · raamde(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · raamde(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · raamde(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · raamden(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · raamden(indicative, imperfect, past, plural, second-person)